Mannen- en vrouwenbladen: een doorlichting

Deze twee artikels verschenen oorspronkelijk op 20 augustus en 24 september 2014 op dieStandard.at, de internetpoot van een Oostenrijkse krant, en werden geschreven door Nils Pickert. Ze zijn een doorlichting van zowel mannen- als vrouwenmagazines, en hoewel gefocust op Oostenrijkse media, bijzonder herkenbaar voor de hele Europese mediamarkt die zich richt op afzonderlijk mannen of vrouwen.

Mannenbladen: het heft* in handen nemen

Anders dan je denkt en toch ergens precies zoals je gevreesd had. Wie manennbladen leest, kan wel eens verrast worden – zowel in goede als slechte zin. En zich intussen verzorgd vervelen.

Hoe de ‘nieuwe man’ er zou kunnen uitzien, wat hem drijft en wat van hem verlangd wordt, houdt me al een tijdlang bezig. In het bijzonder interesseren me daarbij de pogingen om mannen als homogene groep aan te spreken. Dus niet als mensen uit Beieren, als moslims, vaders, hobby-archeologen of singles, maar als ‘DE MAN’.

Mannenbladen proberen precies dat. Vandaar heb ik voor deze column in huidige edities van een aantal magazines gebladerd (GQ, Men’s Health, Playboy, Gala Men) die heteromannen als doel proberen aan te spreken, en daar een beeld uit gevormd. Sommige dingen vond ik boeiend, het meeste saai, en te veel dingen eigenlijk vreselijk. In elk geval is dit een zeer vreemde wereld die je daar te zien krijgt.

Aan de ene kant propageren mannenbladen een stereotyp, onflexibel rolpatroon: dat van de man die gefixeerd op seks, enthousiast over sport en geobsedeerd door auto’s door het leven tuimelt. Aan de andere kant moeten deze bladen ook reageren op maatschappelijke en actuele veranderingen omdat ze anders niet meer verkopen bij een leespubliek dat in zijn identiteit en interesses al lang niet meer binnen de lijntjes past die deze bladen nog doen vermoeden.

Licht en veel schaduw

Wat de motieven erachter ook zijn, het feit is dat bijvoorbeeld GQ (‘Gentlmen’s Quarterly’) de zangeres Anastacia in 2013 nog een prijs toekende voor haar inspanningen om borstkanker vroeger te kunnen herkennen. Het zou een oppervlakkig oordeel zijn naar zowel de journalisten als de doelgroep toe om te denken dat men dat enkel deed uit interesse voor borsten. Wie echt wil weten wat die mannen zijn en wie over hen onderzoek doet, schrijft en reclame maakt, moet toch iets dieper kijken. Er is licht, maar ook veel schaduw.

Het is alleszins positief dat mannenmagazines niet zo dwingend ééndimensionaal zijn als hun covers doen vermoeden. Er zijn interviews, dossiers, reportages – de redacties doen inspanningen om journalistiek werk te leveren voorbij de beeldvorming van “een met tieten gekruid machoboekje”. Die werkwijze is niet nieuw. Playboy, bij wijze van spreken de uitvinder van dit idee, doet het al decennia. Ook thematisch zijn er pogingen om zich wat breder op te stellen. Een columnist in de GQ kan intussen al opmerken dat hij over nog emotionele banden beschikt buiten die met vrouwen en zijn eigen familie, en dat het pijn doet als die banden gebroken worden.

Daar zijn we echter ook onmiddellijk bij de negatieve aspecten aanbeland. Een man die – gelukkig! – mag opmerken dat hij zijn beste vriend mist, noemt de sekspartner waarmee hij afspreekt zijn ‘noodvrouw’. Hoera! Mijn felicitaties voor de bedenker van dit woord, dat dicht bij het eufimisme ‘troostvrouw’ komt – een term voor meisjes en jonge vrouwen die tijdens de Tweede Wereldoorlog gedwongen werden om zich in Japanse bordelen te prostitueren.

Kwetsbaar is onmannelijk

Dat klinkt precies als het volwassen geworden taaltje vanop het schoolplein, ontstaan op een leeftijd dat de vraag bij die man niet opgekomen is, hoe het kan dat dat wat hij het meeste begeert, met zulke denigrerende termen bestempelt.

Maar mannen zijn toch sowieso ergens gewoon grote kleine jongens die willen spelen. Op het werk, thuis, in bed. Of niet? In mannenbladen lijkt men daar niet meer zo zeker van te zijn. Af en toe probeert men om ruimte te laten om andere, nog weinig of helemaal onbesproken facetten te tonen, maar vlucht men toch al snel weer terug naar Cliché M.

Zo heeft intussen het idee ingang gevonden dat moderne mannen niet enkel falen, maar ook mogen falen. Burnout, depressie en het einde van een relatie – allemaal komen die aan bod en worden die gezien als deel van het leven van een man. Men schrijft er echter over op een manier die zelden boven het niveau uit stijgt van werktuiglijke beschrijvingen. Daarin komen mannen naar voren als kapotte dingen die je kan en moet repareren. Schroef daar een beetje aan de ziel, sla daar een bluts uit je ego, en dan past het weer helemaal. Voor alles is er een handleiding, een workout en een to-do-lijstje.

Wat daarentegen weinig voorkomt: de wens om de controle op te geven. Huismannen. Grote gevoelens. Niet-seksuele relaties met vrouwen. Want er mag geen indruk gewekt worden van kwetsbaarheid. Kwetsbaar, dat is onmannelijk. Mannen moeten doeners blijven. Als niets meer gaat, dan kan de man nog altijd iets doen. Bijvoorbeeld een vrouw een orgasme bezorgen. Drukken, trekken, stoottijd berekenen.

Slechts een vluchtige blik

Alles is slechts een kwestie van techniek. Niet van mensen of gevoelens. Mannenbladen geloven dat ze zich op het essentiële focussen terwijl ze te enggeestig en onbeholpen blijken om meer dan een snelle blik te werpen over de andere kant van de schutting.

In het septembernummer van Playboy vraagt de hoofdredacteur zich in verband met de huidige oorlogsconfrontaties af in wat voor mannenwereld we eigenlijk leven. Hij wil weten wie er in dit conflict de helden en de slechteriken zijn. Een terechte vraag, maar is er verder niets? Wie zijn de gevluchte en geredde mannen? Wie zijn de verwonde, de getraumatiseerde, de gelukkige, de ongeïnteresseerde en de afwijzende mannen? En wat beweegt hen? Met artikels daarover kan je zeker een volledig nummer vullen.

* dit is een onvertaalbare woordspeling omdat ‘Heft’ in het Duits ook ‘schrift’ of ‘boekje’ betekent

Man leest vrouwenbladen: wie A zegt, moet ook Brigitte zeggen

Vorige maand waren het mannenbladen, nu zijn het vrouwenbladen. Mag ik dat, als man? Zijn die echt zo anders?

Vrouwenmagazines dus. Lieve hemel, wat zijn er daarvan veel. Daarom om te beginnen al een nadere bepaling. Vanaf hier heb ik het niet over tijdschriften die behoren tot showbizzpers of zich voornamelijk bezighouden met royalty en beroemdheden, maar over magazines die, analoog aan GQ, Men’s Health en Playboy, journalistiek iets breder zijn. Of, om het anders te formuleren, het gaat me minder om tijdschriften die het woord ‘vrouw’ in hun titel hebben, maar eerder die met een vrouwelijke voornaam, zoals Brigitte, Petra, Grazia, Bella of Laura. Daarbij moet ik ook vermelden dat ik me geconcentreerd heb op bladen die zich duidelijk richten op heterovrouwen, wat best jammer is, want er zijn ook magazines die interessantere lectuur bieden, zoals L-Mag, voor lesbische vrouwen, en Missy Magazine, dat duidelijk kiest tegen heteronormativiteit en voor diversiteit.

Wie A zegt, moet Brigitte lezen

Zoals bij mannenbladen valt bij vrouwenbladen als eerste al dat omineuze, collectieve ‘wij’-gevoel op. Wij vrouwen willen weten wat de nieuwe kleurtrends voor de herfst zijn of hoe wij onze relatie kunnen verbeteren. Geslacht is hier meer een overdreven beklemtoning van zogezegde verschillen en gelijkenissen, die nochtans even veel door andere factoren bepaald worden, maar nauwelijks vermeld worden. Afgezien daarvan lijkt het gemiddelde vrouwenblad interessanter dan een mannenblad. Daarbij zie ik een gelijkaardig groot aandeel saaie verkoopspraatjes en product placement over het hoofd, maar ik heb op andere vlakken de indruk dat men hier niet zo beperkend over onderwerpen schrijft als ik had verwacht.

Interviews, dossiers, lifestyle – die komen allemaal absoluut divers en overtuigend over. Tenminste toch als je slechts een paar vrouwenbladen leest. Indien je er veel leest, merk je al snel de doorzichtigheid van de onderwerpen. En nog iets: op één plaats pakt dat ‘wij’-gevoel me dan toch. Want terwijl die beperkte grenzen en veralgemeningen me bij mannenbladen direct in het oog sprongen omdat ik deel ben van de doelgroep, denk ik bij vrouwenbladen vaak slechts: “Ach, tja, da’s niet zo erg.” Het is het nochtans wel. Een vrouwelijke collega bij een andere krant bestempelde dit ooit als “fascisme op glossy papier”.

Motivatieworkshop en ijskoude afrekening

Zo drastisch zou ik het niet zeggen, maar misschien zeg ik dat enkel omdat het niet persoonlijk om mij gaat. Ik word niet aangesproken. Desondanks: indien het gemiddelde vrouwenblad een persoon was, dan zou het lijden onder karakterstoornissen. Er spreekt een mengeling uit van een motivatieworkshop en ijskoude afrekening. “Vandaag begint de eerste dag van de rest van je leven” tegenover “Wat is er eigenlijk verdomme mis met jou”. “Je kan zijn wie je bent, en we helpen je daarbij” versus “Lieve hemel, wat ben je dik, onaantrekkelijk en ondersekst – waarom doe je daar niets aan?”. Als vrouwenmagazines een bedrijf waren, dan zouden ze het Unilever-concern zijn met Axe én Dove-campagnes. Waar astronauten voor vrouwen “het verkeer regelen” en ze “mondeling ondervragen” én ze ondertussen vrouwenlichamen in alle schoonheid en diversiteit tonen om vrouwen te valideren.

Hoe moet je zulke lectuur zelfs maar uithouden? De interessante voorbeelden van wat je met je lichaam allemaal kan doen op één pagina. En die pathologische lichaamsfixatie en gestage kritiek op het ‘zijn’, zodat een vrouw met zo veel mogelijk producten naar een ‘zo zou het moeten’-toestand wordt bewogen, op de tegenoverliggende pagina. Met het tijdschrift Petra moet ik me blijkbaar afvragen of mijn verhouding met eten normaal is.

Het valt me op dat ik me in een gepriviligeerde positie bevind dat ik me deze vraag nog nooit heb gesteld, hoewel mijn verhouding tot voeding in m’n leven al vele malen beslist veranderd is. Het valt me bovendien op, dat zelfs als ik zou aannemen dat Petra zulke vragen stelt zonder boosaardige bedoelingen, precies weer zulke tijdschriften als Petra zijn die vrouwen er toe aanzetten om op een ongezonde manier bezig te zijn met eten.

Met seks is er iets gelijkaardigs gaande. Vrouwenbladen praten vaker over seks, en minder op techniek gefocust dan mannenbladen. Nochtans praten ze te vaak over precies hetzelfde – namelijk over wat mannen willen. In mannenbladen geeft men handleidingen hoe ze “gegarandeerd tot een hoogtepunt” komt. Niet omdat hij van haar houdt of omdat hij haar ongelooflijk leuk vindt, maar omdat hij een goede minnaar zou zijn waar ze zo snel mogelijk nog eens seks mee zal willen. Het gaat om hem. In vrouwenbladen gaat het ook veel te vaak om hem. Hoe ze hem pijpt, zijn fantasieën uitvoert, hoe ze haar relatie met hem kan houden.

Het jonge blad Séparée wil daar onder leiding van twee vrouwen iets aan veranderen. Ik ben benieuwd wat daaruit zal voortkomen, want eerlijk gezegd ben ik na mijn lectuur van talrijke mannenbladen en vrouwentijdschriften tamelijk geïrriteerd dat er constant zo’n beperkt beeld van mannen in het middelpunt staat, terwijl het onbevattelijk gelimiteerde vrouwenbeeld ‘tussen de soep en de patatten’ gelijk mee ontworpen wordt.

Advertenties

Een gedachte over “Mannen- en vrouwenbladen: een doorlichting

  1. Pingback: Vrouwentijdschriften en seksisme – Fascisme op hoogglanspapier | nietinmijnpretpark

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s