Gezin, arbeid en maatschappij

Debatten over de combinatie gezinsleven en werk, het is slechts een kwestie van tijd voor ze explosief worden. Voltijds werkende moeders en deeltijds werkende moeders voelen zich geroepen hun keuzes te verantwoorden en eindigen jammer genoeg nogal vaak met getrokken messen tegenover elkaar. Dat hoeft niet te verwonderen: hoe je je kinderen opvoedt en je professioneel leven organiseert is natuurlijk erg persoonlijk en kritiek daarop hakt er snel diep in. En we moeten elkaar geen Liesbeth noemen: het zijn nog altijd in de eerste plaats vrouwen die er op aangesproken worden. Van poetsvrouw tot minister, elke vrouw krijgt te pas en te onpas de vraag voor de voeten geworpen ‘maar hoe doe je dat dan met je kinderen?’. Het enige antwoord daarop is dat er geen standaardantwoord is. Elke ouder probeert zich simpelweg zo goed en zo kwaad mogelijk te organiseren, daarbij rekening houdend met zijn financiële situatie, mogelijkheden tot kinderopvang en de eisen van de job.

Deeltijds werken: een vicieuze cirkel met een hoge prijs

Om te beginnen kunnen we niet om de vaststelling heen dat het overgrote deel van de deeltijdse arbeid door vrouwen wordt uitgevoerd. Sommige stemmen zien daar de bevestiging in van de veronderstelling dat moeders nu eenmaal meer en liever dan vaders met de opvoeding van kinderen bezig zijn, maar de waarheid zou wel prozaïscher kunnen zijn. Jonge vrouwen worden op de arbeidsmarkt nog veel te vaak gezien als ‘risico’, omdat ze op een gegeven moment wel eens zwanger zouden durven worden. Vrouwen gaan dan ook veel vaker in ‘vrouwelijke’ sectoren aan de slag zoals het onderwijs of de zorg en verdienen dikwijls vanaf het begin van hun carrière minder dan mannen. Op het moment dat er dan binnen het gezin keuzes moeten gemaakt worden om de ratrace leefbaar te houden is het dan ook logisch dat de minder verdienende partner een stapje achteruit zet, zoals dat dan genoemd wordt.

Ook het fameuze 45-jarenplan dat gisteren gelanceerd werd door Ilse Ceulemans borduurde daarop verder. Doe het rustiger aan gedurende een jaartje of 10 was het advies aan moeders. Er wordt dan wel vergeten dat niet iedereen in het mooie marketingplaatje past van het lachende kerngezin met 2,4 kinderen en de financiële mogelijkheden om één en ander te bolwerken. Deeltijds werken betekent vaak ook minder mooie carrièrekansen en uiteraard ook een lager loon. En op het einde van de loopbaanrit is er voor wie tijdelijk of permanent deeltijds werkte slechts een schamel pensioen voorzien.

Er is nochtans een vrij simpele maatregel die genomen zou kunnen worden om op zijn minst een deel van deze loondiscriminatie weg te werken: zorg dat vaders evenveel ‘zwangerschapsverlof’ moeten opnemen als moeders. Het zal de betrokkenheid van de vaders (nog) verhogen en werkgevers zullen niet langer meer geneigd zijn om jonge vrouwen uit hun bedrijf te weren.

Kinderrechten

Misschien is het toeval, maar vandaag is het de 25ste verjaardag van het Kinderrechtenverdrag. Gisteren publiceerde de Belgische kinderrechtencommissaris zijn jaarverslag. Want waar er ouders aan het woord komen, zijn er kinderen in het spel. En uiteindelijk zijn zij in het hele debat de belangrijkste en tegelijkertijd kwetsbaarste speler. Alleen halen hun emotionele getuigenissen zelden of nooit de krant en worden ze niet uitgenodigd om hun verhaal te doen bij Reyers Laat. Maar zij hebben wel degelijk net als hun ouders te lijden onder de scheefgetrokken verhoudingen tussen arbeid en gezin.

Individuele keuzes of een kindvriendelijke maatschappij en overheid

Vandaag worden er in kranten en op blogs voorstellen bij de vleet gelanceerd die de combinatie arbeid/gezin makkelijker moeten maken. Iedereen put daarbij inspiratie uit voor haar of hem werkt: de kinderen laten ophalen door bomma, kinderopvang later open en betaalbaar maken via dienstencheques. Tien jaar minder werken of gewoonweg allebei keihard aan de slag blijven. Jongleren met tijdskrediet. Er zijn evenveel oplossingen als er (nieuw samengestelde) gezinnen en alleenstaande ouders zijn. Wat werkt voor de ene, is geen optie voor de andere en omgekeerd.

Natuurlijk moeten gezinnen, hoe ze er dan ook uitzien, individueel kunnen beslissen over zaken zoals loopbaan en kinderopvang. Maar we moeten ook durven nadenken over hoe we ons als maatschappij kind- en gezinsvriendelijker kunnen opstellen. De noden van kinderen gaan verder dan de verhalen van middenklasse ouders die we nu overal kunnen lezen. Om te beginnen is er al een schrijnend gebrek aan betaalbare kinderopvang en is de kritiek op het nieuwe kinderopvangdecreet niet mals. Er zijn de nakende bezuinigingen in het onderwijs waarvan we kunnen vermoeden dat die opnieuw de meest kwetsbare kinderen zullen raken. Sowieso verlaten nogal wat jongens de school zonder ooit een diploma te halen. In Brussel groeit één op de drie kinderen op in armoede en we kampen met zeer hoge zelfmoordcijfers onder adolescenten. Jongeren vanaf 14 jaar kunnen GAS-boetes krijgen. Heb je een kind met een beperking dat aangepast onderwijs nodig heeft of dat psychisch in de knoei zit, dan zijn ellenlange wachtlijsten en halfslachtige oplossingen je deel. Wie even de veilige bubbel verlaat van de gezonde, hardwerkende middenklasse Vlaming die beroep kan doen op een degelijk sociaal vangnet merkt plots een niet zo fraai plaatje op. Een plaatje dat structurelere oplossingen vraagt dan de babysit te kunnen betalen met dienstencheques.

Haalbare kaart

Welke maatschappij willen we? Eentje waar kinderen welkom zijn en waar we ouders structureel ondersteunen door ze degelijke kinderopvang te bieden in de buurt? Of wordt de crèche gestructureerd volgens de heilige koeien van de efficiëntie en de productiviteit, waar er minutieus uitgemeten wordt hoeveel aandacht elk kind volgens een standaardprocedure mag krijgen? Gaan we ouders die permanent of tijdelijk minder willen werken om zelf de zorg voor hun kinderen straffen door te beknibbelen op tijdskrediet en lagere pensioenrechten? Of accepteren we dat mensen ook op gebied van gezinszorg andere keuzes kunnen maken? Gaan we voor synergie tussen carrière en gezin, of blijven we die twee lijnrecht tegenover elkaar plaatsen met een hoop ongelukkige ploetermoeders en –vaders tot gevolg? En dan is het enkel afwachten tot de volgende noodkreet van een uitgeputte moeder of vader weer viraal gaat.

De zorg voor toekomstige generaties is niet te reduceren tot individuele keuzes van moeders en vaders die elk hun eigen worsteling met carrière en gezin tot een goed einde moeten zien te brengen. We moeten durven nadenken over hoe het anders en beter kan. Structureel goed ondersteunde gezinnen en alleenstaande ouders en hun kinderen, dat is immers een maatschappelijke keuze die ons allen ten goede zou komen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s