De kracht van #wijoverdrijvenniet

Gastbijdrage van L., di eerder al hier haar verhaal deed.

Publiek debat ‘voeden’, ervaringen met anderen delen, steun krijgen van onbekenden, bagger over je heen krijgen op sociale media,.. allemaal dingen die ik kon verwachten toen ik zelf dan toch aansloot met een anekdote bij #wijoverdrijvenniet.
Wat ik niet had verwacht waren berichten van mij onbekende mensen die zich herkennen de self-blaming die ik beschreef in mijn tekstje. En dan kreeg ik rond de middag een bericht van andere aard.

hallo?? L???”
Dat verhaal van die maker van de chaufage zijt gy dat??”
Ik beaam.
Ze zegt dat ze niet weet wat ze moet doen.
Ik vraag haar “wat je waaraan moet doen?”.
Ze antwoordt niet. Een alarmbelletje gaat af in m’n hoofd; meerdere alarmbellen – het is me niet onbekend. Ik slik.

Ik vraag haar hoe oud ze is. 13, “bijna 14“, weer stilte. (Druk. “L. ge moet dit goed aanpakken of ze haakt af, denk denk”).
Ik ga terug naar mijn ‘verhaal’ en schrijf haar wat uitgebreider over de angst die ik voelde, dat ik dacht “wat moet ik doen?, wat moet ik doen?” maar tegelijk “precies niets kon doen”, “alsof ik me niet kon bewegen“. En dat ik er achteraf liever niet meer over sprak. Maar dat wanneer ik andere vrouwen hun ervaringen zag delen op het internet, ik dan “zag dat ik eigenlijk niet zo raar ben“, dat “er vele mensen zoiets meemaken“.

Ik vraag haar of het bij haar ook over ‘zoiets’ gaat. Het is even stil maar dan antwoordt ze toch. Ze is in de war. Denkt dat het niet zo heel erg is “geen verkrachting ofzo“.
Er volgt een uitleg over hoe ze heeft gelezen dat ik mij vies voel en schuldig en dat ik “het ook” niet had “gestopt“. En, ze is “in de war” en voelt zich “mega vies” als ze “er’ aan denkt”. (Ik denk ‘er’, ‘er’, ‘er’).

Ik vraag waarover ze zich vies voelt. Even stilte, dan zegt ze me dat ik haar “moet belove” dat ik niets zal zeggen, “tege niemand“. (Glad ijs.. colleges over deontologie en meldingsplicht flitsen door m’n hoofd. Maar waar het om draait is dat hier ‘iets’ aan wordt gedaan. Alleen: ik weet niet wat het ‘iets’ is, over wat dat ‘iets’ gaat en wat voor ‘iets’ nodig is. – ik heb nog twintig-en-één andere dingen gedacht. Denken versnelt. Pedagogische theorieën. Ik denk: “als ik dit zeg, dan.. misschien dat”).

Ik antwoord dat ze me kan vertrouwen en dat ik vertrouwen heel belangrijk vind, “eigenlijk het belangrijkste van alles”. Ik zeg dat ik zelf ook heel lang heb getwijfeld om “erover te praten“. Ik zeg ook – en ik zeg dat ik liever eerlijk ben, zeker omdat “vertrouwen het belangrijkste is” – dat wanneer ze nu, op dit moment, in gevaar is, ik “een slecht mens zou zijn” als ik niets zou doen om te zorgen dat ze veilig is.
Het is stil. (En ik denk “I’ve lost her, ze gaat dit laten ‘schieten’”)

Dan volgt een verhaal*. In stukjes, gehakkeld. Een (ver) familielid doet “soms dingen” tijdens familiefeestjes. (Dingen die NIET kunnen, niet zouden mogen gebeuren!). Ze zegt dat het niet “heel erg is”, “ni verkrachting”. Ze zegt dat ze misschien “wa overdrijft”.
Ik zeg haar dat wat ze me zonet heeft geschreven zéker niet overdreven is, dat het ook fout is, “ookal is het geen verkrachting” (‘ookal’ klinkt fout als ik dat nu zo schrijf maar zo lijkt zij het wel te zien).
Ik zeg dat ik snap dat ze zich vies voelt maar dat “de viezerik” eigenlijk de man in kwestie is.
Ik pols of er iemand anders van weet, een vriendin of leerkracht; niemand – ze heeft schrik dat “iedereen” dan “kwaad is op my“.

Nu ben ik heel erg in dubio over wat de beste manier van aanpakken is. Ik peil wat naar haar ouders (me bewust dat een negatieve reactie kan maken dat het ‘in de diepvries’ belandt). Ik stel haar voor dat ze met haar mama praat. Dat ziet ze niet zitten, ze is “bang” dat haar mama kwaad gaat zijn, –weer– “op my”.
Ik opper dat ze misschien een brief kan schrijven. En als ze het lijkt te overwegen, dat ik haar wel wil helpen daarbij. (Tussendoor had ik al voorgesteld dat ik haar zou opbellen om verder te praten maar dat ontweek ze wat).
Ze zegt me dat ze naar de scouts moet vertrekken en we spreken af dat we nadien verder praten. Ik sluit af met dat het heel moedig was om dat te vertellen en “denk nog eens na over de brief“.

Intermezzo: fuck fuck fuck fuck fuck (ja, 5 keer). Ik begin te flippen. Of ik dit juist aanpak, als ik het fout doe dan loopt het misschien mis, klopt het wel. Ik vraag op ‘het pretpark’ (nvdr. de Facebookpagina ‘Niet In Mijn Pretpark) of er iemand even tijd heeft en krijg een pm. Ik leg de situatie uit en we hebben het er over. Ze denkt dat de aanpak wel ok zit.

Iets na 5 krijg ik een bericht. Ze heeft het in de auto op weg naar huis tegen haar mama gezegd. En die is “kei kwaad op x, nie op my” (ik ben niet gelovig maar denk ‘thank god’ ;-))
Nadien belt haar mama me even op. Ze zijn geschrokken. Hebben samen gesproken (ik denk ‘ja’, ‘ja’, ‘ja!). Ze zegt me dat er iets mee gaat gebeuren en de richting waarin ze denken (‘het veld’ is de mama niet onbekend), de ouders gaan er iets aan doen.

* ik heb gevraagd aan haar en de mama of ik hierover mocht schrijven (met de belofte van anonimiteit) maar heb besloten om het stukje verhaal ook wat te ‘vervagen’.

20.50. Het is nu wel goed geweest. Wat een vermoeiende dag, ik lijk wel een mentale marathon te hebben gelopen en ben leeg (en ook heel huilerig ;-)). Het is even genoeg geweest voor mij met #wijoverdrijvenniet.

Advertenties

4 gedachtes over “De kracht van #wijoverdrijvenniet

  1. Pingback: Laten we vooral de hand in eigen boezem steken. #wijoverdrijvenniet | nietinmijnpretpark

  2. Pingback: Laten we vooral de hand in eigen boezem steken. | In the Betwixt & Between

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s