Het moeras van online activisme (III)

Verdenking vs Solidariteit binnen feminisme

Radicale vs Theoretische cluster

“As Many Pairs of Shoes as She Likes”, het provocerende stuk van Jenny Turner in de London Review of Books, is een schoolvoorbeeld van interactie tussen concepten uit de vier clusters en de spanningen die ze teweegbrengen. Turner, schrijfster en redacteur bij de London Review of Books, beschuldigt een bepaalde vorm van Westers feminisme ervan te lijden aan vals zelfbewustzijn, en “out of touch” te zijn, gekenmerkt door “narcistisch egocentrisme” – eigenschappen, zo zegt ze, die bewezen worden door  de algemene onhandigheid van Westers feminisme, zoniet een complete blindheid, voor thema’s rond ras en klasse, zowel binnen als buiten de eigenlijke beweging. De hoofdmoot van Turners stuk is een brede, fundamentele aanval op middenklassefeminisme – van Elizabeth Cady Stanton over Andrea Dworkin tot Susan Faludi:

“Hier is Selma James en de eigenaardige marginalisering van haar ideeën, om nog maar te zwijgen over de manier waarop het hele idee van een-familie-in-een-gezinswoning niet in vraag gesteld wordt, zelfs niet door feministen, lesbische en homokoppels, éénouderactivisten, laat staan door de regering, marketing, populaire media enz.”

Dit verhaal is zowel vaag als alomvattend – het is zelfs precies deze combinatie van de vaagheid van de misdaad en hoe uitgebreid het scala aan beschuldigden hier is, die verzoening zo goed als onmogelijk maken. Turner steunt de marxistische ‘Loon voor huishoudelijk werk’-campagne van Selma James als een positieve uitzondering maar haalt haar afwijzing door mainstreamfeminisme aan als een indicatie van de algemene tekortkomingen van het feminisme; de kritiek die James en haar campagne te verduren kregen van andere feministen is voor Turner een teken van haar legitimiteit (“de vijand van mijn vijand is mijn vriend… voorlopig toch,” zegt Verdenking). Buiten toegeven dat het al de hele tijd fout was en zou opkrassen, is het moeilijk om een manier te bedenken hoe mainstreamfeminisme de kritiek van Turner zou kunnen beantwoorden, omdat de specifieke problemen die ze in haar kritiek isoleert, slechts vermomde algemeenheden zijn.

Met haar combinatie van macrostructurele marxistische aandachtspunten en verregaande Verdenking oriënteert Turner zich op de Theoretische Cluster. De Britse feministische activiste Beatrix Campbell, die reeds lang actief is en in 1972 door de Britse Communistische Partij geband werd van het communistisch-feministisch magazine Red Rag, dient Turner van repliek met een noot van Solidariteit. Campbell stelt Turners “kritiekspatten” aan de kaak en zegt dat ze feminisme demoniseert door het samen te groeperen met de heersende machtsstructuren:

“Turner… steunt op een linkse, Amerikaanse kritiek dat feminisme zich qua focus vernauwd heeft van een politiek van herverdeling tot een erkennings- en identiteitspolitiek: erkenning kan ingepast worden, herverdeling niet. Die kritiek beweert dat feminisme bloeit in neoliberalisme. Het bloeit niet. Merkwaardig genoeg overleeft het wel. Dat is een verschil.”

Campbell bestrijdt het lof van Turner voor Selma James door te stellen dat, alle marxistische geloofsbrieven ten spijt, de ‘Loon voor huishoudelijk werk’-campagne conservatiever en vijandiger was tegenover vrouwenrechten dan minder sektarische vormen van feminisme: “De theorie van de campagne was onverfijnd en in de praktijk was ze toxisch.” Voor Campbell was James’ “virtuoze sektarisme onaantrekkelijk, en haar links populisme haalde een belangrijk punt aan (onbetaalde huishoudelijke arbeid) zonder de machtsstructuren uit te dagen die het probleem produceerde… het daagde noch de patriarchale politieke economie, noch de verdeling van huishoudelijk werk, noch mannen uit.” Campbell beschuldigt James ervan niet radicaal genoeg te zijn en schildert haar af als deel van een vijfde kolonne binnen de feministische beweging, iemand die de Solidariteit tussen andere feministische bewegingen van die tijd bedreigde.

Nochtans, voor iemand die doordrongen is van Verdenking, is het precies het antagonisme van Selma James tegenover mainstream feminisme, haar onwil om de grotere massa te volgen, die de bewijzen vormen voor haar grotere integriteit en moraal – het soort van onderling gekibbel dat Campbell verkeerd vindt, is voor Turner een voorwaarde voor activistische authenticiteit. Dat is waarom ze Angela Davis niet prijst of zelfs maar vermeldt. Davis is de ultieme Radicaal, die zich steeds beroept op radicale, revolutionaire Solidariteit met weinig Verdenking. Als Campbell vraagt “Zou iemand met gezond verstand Angela Davis of Stuart Hall door de modder slepen omdat ze zwart en middenklasse zijn?” Turner antwoordt hier niet op. Het antwoord lijkt “ja” te zijn – Verdenking vereist dit. Want, wanneer Turner Joan Didion goedkeurend citeert, is het niet wegens Didions activisme maar omwille van de verdenkingen in haar essay uit 1970, ‘De vrouwenbeweging’, die zich op één lijn scharen met die van Turner. Omdat Turner fundamenteel wantrouwig is, wantrouwt ze activisme, hoe effectief het ook kan lijken, en prijst daarom de ontsmettende kracht van de kritiek.

Welke kant men ook kiest, de As die door dit conflict loopt, lijkt onbetwistbaar: hoewel ze beiden ageren voor een Structurele oplossing, gaan ze een andere richting uit qua perspectief op de aard van het probleem – Campbell steunt de logica van Solidariteit en werkt binnen de Radicale Cluster, terwijl Turner de logica van Verdenking volgt, en werkt binnen de Theoretische Cluster.

Moralistische vs Liberale cluster

Turner en Campbell zitten allebei algemeen gezien in een Structureel kamp, waarbij ze individuele agency minder belangrijk vinden ten voordele van grootschalige sociale bewegingen. Als we een voorbeeld zoeken voor het conflict tussen Solidariteit en Verdenking in de meer individualistische, bovenste helft van de grafiek – dus de regio van de Moralisten en de Liberalen – kunnen we de recente #YesAllWomen-hashtag tegen het licht houden, die ontstond na de moordaanslagen van Elliot Rodger. De #YesAllWomen-campagne valt volledig en met gemak te klasseren onder de Liberale Cluster omdat ze (a) solidariteit onder een groep benadrukt – vrouwen – die verondersteld wordt om gelijke intenties te koesteren en te handelen naar die intenties onder bepaalde instructies en (b) omdat het als doelwit individuele gevallen van seksisme tegen en geweld op vrouwen heeft. Er wordt geen Structureel argument gemaakt over sociale krachten; het argument is enkel dat er wijdverspreide misogynie is, waarbij elk incident apart als een ethisch falen wordt gezien. Er was geen algemeen doelwit (de campagne vermeed “patriarchaat” en andere structurele termen), ondanks pogingen van Men’s Rights Activist-types om te claimen dat alle mannen het doelwit waren (er is natuurlijk nooit een feministische campagne voldoende positief geweest om niet bedreigend over te komen bij bepaalde mannen, ook als zulk een campagne benadrukt dat mannen als groep in hun geheel niets verweten wordt).

#YesAllWomen is een vertegenwoordiger van het klassiek linkse doelwit van Jenny Turners aanval op middenklassefeminisme, dat ras en klasse onder de mat veegt in zijn poging om in te haken op een “first-world, out of touch”-solidariteitsgevoel. Het is zelfs zo dat Rebecca Solnit, toen ze #YesAllWomen prees, expliciet intersectionaliteit ontkende: “Geweld heeft geen ras, klasse, religie of nationaliteit, maar heeft wel een gender.” Toch is het precies een populaire, goedbedoelde en schijnbaar oncontroversiële beweging als #YesAllWomen die bekritiseerd wordt door de adepten van de andere drie Clusters. Klassiek links-liberale bastions als de Nation, de New Yorker en ThinkProgress schreven goedkeurend over #YesAllWomen, terwijl eerder radicale publicaties als de New Statesman, In These Times, Jacobin en de New Inquiry de campagne negeerden. De hoofdredacteur van de New Inquiry, Ayesha A. Siddiqi, tweette er wel indirect over om Structurele Verdenking toe te passen op de vooraf bestaande #NotAllMen-tag.

Maar dat was alles. Deze stilte betekent iets – ze bevat een impliciete kritiek op #YesAllWomen van de drie andere Clusters: de Radicale Cluster vindt ze te weinig kritisch tegenover Structurele factoren, de Moralistische Cluster vindt ze te naïef en te veel steunend op het rationele discours en de goede bedoelingen van de gemiddelde persoon, en de Theoretische Cluster combineert beide posities om te concluderen dat de campagne schaadt wat ze beweert te steunen, door individuele vrouwen het gevoel te geven dat ze een stem hebben in een maatschappij die hen feitelijk onderdrukt. De aanname dat bewustwording van misogynie voldoende is voor onze tegenwoordige maatschappij om het probleem op te lossen, is voor wie voldoende Structuur of Verdenking bezit, gevaarlijk, ontmoedigend en deradicaliserend. “Nee, zo simpel is het niet,” is hun geërgerde antwoord.

Het is geen wonder dat de andere Clusters links-liberalisme zo wantrouwen; liberalen lijken zelfgenoegzaam en conservatief, idealen vierend die ze nooit in de praktijk zullen kunnen omzetten. In het licht van overweldigende Structurele krachten is #YesAllWomen voor hen een impotent tegengif, nog erger gemaakt door de nepgeruststelling dat onze samenleving stap voor stap kan hervormd worden. In het extreem van Verdenking zit de angst dat deze voorgewende bondgenoten eigenlijk een vijfde kolonne vormen, gevaarlijker nog dan de tegenstand, omdat ze ons verleiden tot zelfgenoegzaamheid. Men kan dit ook horen in de woorden van Marcus Garvey in 1922, nadat hij hard bekritiseerd was omdat hij samengekomen was met de Ku Klux Klan:

“De Klan, de Anglo-Saxon clubs en de White American-bewegingen zijn, voor zover het de Neger betreft, betere vrienden van ons ras dan alle andere groepen hypocriete blanken samen. Ik waardeer eerlijkheid en fairplay. Jullie mogen me een Klansman noemen als jullie dat willen, maar wat de Neger aangaat in sociale, economische en politieke wedijver met blanken, is elke blanke man potentieel een Klansman, en het heeft geen zin om daarover te liegen.”

Voor Garvey was het potentiële verraad door linkse blanken een noodlottig gevaar dat niet kon afgezwakt worden door individuele protesten of claims van verlichting. De Verdenking dat sommigen of iedereen onder ons gedoemd zijn tot hypocrisie en een negatieve morele impact wordt nog zwaarder als het de stempel draagt van Structureel denken. Deze combinatie manifesteert zich in de Theoretische Cluster.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s